Schot in Duitsland

Adriaan belt. “Jan, zin om over drie weken een weekendje aan te zitten en schade te herstellen in mijn veld in Duitsland?” Ik vraag hem even te wachten. Ik leg het mijn vrouw uit en kijk haar aan met van die trouwe ogen waar een Labrador jaloers op zou zijn. “Ga nou maar, doe maar.” Adriaan krijgt mijn positieve antwoord. Ik ben erbij dat weekend!

Op vrijdagochtend rond 10:00 uur vertrek ik in mijn Berlingo naar Duitsland ter hoogte van de stad Luxemburg. Een rit van ongeveer 4 uur. Naarmate ik dichter bij mijn bestemming kom is de temperatuur wat verder onderuit gegaan. Nog voor ik het hotel bereik belt rond 15:30 uur Adriaan al of ik richting het veld wil rijden wat bij de lokale bevolking bekent staat als Das Paradies, het paradijs. Als ik de hoge heuvel oprijd en bij het veld aankom staat Adriaan mij al op te wachten. Samen lopen we naar de kansel met uitzicht over een vallei. Nog voor we de kansel bereiken rennen er drie zwijnen van ons vandaan. Staartjes wapperend in de lucht. Nou dat beloofd veel goeds. Dat is dus mijn plekje voor het komende weekend, ‘mijn’ kansel. Als ik plaatsneem en uitkijk over het dal en de natuurpracht zie dank ik Onze Lieve Heer even dat ik dit weer mee mag maken. Het is zo verschrikkelijk mooi! In stilte geniet ik. Zoveel mogelijk probeer ik in mij op te nemen. Wilde zwijnen en damherten mag ik oogsten. Mijn ademhaling is heel rustig, zo rustig dat ik blij ben dat ademhalen vanzelf gaat. Dan gebeurt wat ik al hoopte; op 70 meter van mij vandaan treden zeven reeen  uit het struikgewas. De bok voorop, de rest van de sprong volgt de leider. Mijn ademhaling gaat ineens sneller. De bok springt gracieus over het prikkeldraad en begint direct te grazen van de net opgekomen koolzaad. Wederom volgt de rest. Met half ingehouden adem spreek ik ze met mijn kijker een voor een aan. Allemaal binnen schot. Maar zoals Adriaan mij vertelde stonden deze ‘niet-op-de-kaart’ voor dit weekend. Het zonnetje gaat langzaam onder en ik kruip wat dieper in mijn jas. De muts trek ik wat dieper over mijn oren. Het is echt koud. Zoals afgesproken pak ik alles zo rond 18:00 uur in. Op dat moment is het aardedonker. Met mijn lampje schijn ik op de grond om niet te vallen. Op naar het diner. In het donker stuur ik de auto over de bosweggetjes, op naar een warme maaltijd. We eten eisbein mit sauerkraut. Na een tijd natafelen en nog een rondje buiten lopen besluit ik naar bed te gaan. Om 05:30 ga ik weer aanzitten.

Als mijn wekker ‘Wakker worden, WAKKER WORDEN’ galmt kijk ik verdwaast om mij heen. Even nadenken waar ik ben en waarom de wekker zo vroeg gaat. Het word mij weer duidelijk; jagerspakkie aan, kogelbuks klaarzetten, dik aankleden en hop richting auto. Weer stuur ik de auto over de bosweggetjes in het volslagen duister. Op de aangewezen plek parkeer ik de auto half op de akker en half op het paadje. Lampje aan en ik loop zo stil mogelijk naar mijn kansel. Ik haal de buks uit de foedraal, pak mijn patronen en klik die in het magazijn. Zo comfortabel als mogelijk nestel ik mij in een hoekje van de bank op de kansel. In de verte krast een Oehoe. De wilde zwijnen hoor ik in de verte gillen, er is duidelijk onderlinge ruzie. Leven zat! Langzaam komt de zon op en langzaam worden alle dieren wakker. Hier kan ik zo van genieten. Staartmezen vliegen in grote groepen langs de kansel. En ineens is er een vlucht van 15 (!) zwarte spechten die met hun typisch golvende manier van vliegen voorbij komen. Prachtig! In de verte in das Paradies zie ik een damhert lopen. Te ver, wel 400 meter. Even geloof ik mijn ogen niet, de een volgt de ander op. En nog een, en nog een. Weer eentje. Totaal tel ik er 36. Als ze nou maar wat dichter naar mij toe kwamen lopen. Maar nee, de hele sprong gaat grazend verder weg.

Om 08:30 uur pak ik mijn tas in. De patronen haal ik uit de kogelbuks. Buks in de foedraal. Het is echt koud, zo rond de -7 graden. Voorzichtig zet ik mijn voet op de eerste sport van de ladder. Achteloos kijk ik achter mij en ineens rent er op een holletje een vos de heuvel af en komt steeds dichterbij. Het is al volop licht, de vos zou mij toch moeten zien. Ik stap weer op de kansel, zet de tas neer. De tas rits ik zo stil mogelijk open en pak twee patronen. De buks haal ik weer uit de foedraal. Donderknetter dat maakte wat harder geluid dan ik verwachtte. Direct staat de vos stil en kijkt mijn kant op. Ik ‘bevries’ direct. We kijken elkaar recht in de ogen. Voorzichtig schat ik mijn kansen in. Zo geruisloos mogelijk grendel ik de kogel door. Langzaam breng ik de kijker op ooghoogte. Ik adem rustig in, blaas langzaam uit, houd mijn adem even vast en druk af. Raak! Ik tuur de aanschotplaats vanaf de kansel af. Door het hoge gras kan ik de vos niet zin liggen. Voorzichtig daal ik de ladder af en wandel richting de aanschotplaats. Niets, maar dan ook echt niets te zien. Eigenlijk heb ik zin om te vloeken, alsof dat helpt denk ik nog. Er ligt nog geen haar, helemaal niets. Maar het schot zat er goed op, dat weet ik zeker. Ik tuur met de kijker de richting af waar de vos gevlucht zou kunnen zijn. Ik wandel terug naar de kansel om mijn spullen op te halen. Och man wat baal ik. Wederom rijd ik de route naar het hotel. Eerst ontbijten.

Tijdens het ontbijt vraagt Adriaan of we hem kunnen helpen met de door wilde zwijnen veroorzaakte schade te herstellen. We ontbijten uitgebreid en lekker! Al tijdens het ontbijt zie ik dat het begint te sneeuwen. Vlokken als kussenslopen zo groot. Dat kan nog wat worden straks in dat heuvelachtige terrein.

Met twee auto’s rijden we naar een graslandperceel wat volledig door de zwijnen is omgewoeld. Samen met Arie en Jan, Arie’s vader, staan we even sprakeloos te kijken wat de zwijnen hebben aangericht. Allemachtig wat een ravage! Dit perceel met gras was bestemd om te oogsten als hooi of kuilgras. Nou zelf met een trekker is het ondoenlijk om hier overheen te rijden. Met harken en spades leggen we zo goed en zo kwaad de plaggen weer terug. Kuil voor kuil proberen we zo weer te herstellen. In de tussentijd blijft het hard sneeuwen. Na een paar uur werken besluiten we ons bij de anderen te vervoegen op de afgesproken verzamelplaats voor een broodje. Al lopend zien we dat er al een dikke laag sneeuw ligt. Op de heuvel hebben we prachtig uitzicht over de omgeving, dat wel, maar er bekruipt mij een vervelend gevoel. Een Berlingo is GEEN terreinwagen. Nou dat blijkt! Al bij de eerste poging weg te rijden voel ik de banden slippen. Al glijdend en glibberend rijd ik voorop de heuvel af. Het gaat best hard. Als ik dan pompend remmend wil ingrijpen merk ik dat er geen spat in de snelheid verandert. Of eigenlijk wel, ik ga harder! Hoe ik ook probeer de helling af te sturen, het maakt geen spat uit. Remmen: helpt niet. Sturen: helpt niet. Ik glijd recht op een beek af richting de T-splitsing. Met een ruk gooi ik mijn stuur naar links om het tarweveld in de rijden. Maakt niks uit merk ik, met een vaart glijd ik naar beneden. En ineens heb ik wonder boven wonder even, heel even grip en schiet met het voorwiel het tarweveld in. Doordat de grond van het tarweveld hobbelig is rem ik af en kan ik de auto stilzetten. Mijn handen trillen en mijn knieën knikken. “Pffff….. ik sta stil”; hoor ik mijzelf hardop zeggen. De T-splitsing die heel dichtbij is kan ik in alle rust nemen. Langzaam rijden we over de bospaadjes naar de afgesproken plek. Tijdens de lunch geeft Adriaan aan dat de schadebestrijding voor de rest wordt afgeblazen. Morgen wordt er verder gekeken of de omstandigheden dat toelaten alsnog verder te gaan. Aangezien ik alleen de vrijdag en zaterdag zou blijven denk ik dat het beter is om nu al de thuisreis te aanvaarden. Met sneeuw op het wegdek zal die reis langer duren dan normaal. Een voor een groet ik de jagers en dank Adriaan voor wederom een heerlijk weekend.

Advertenties
Geplaatst in Jan Brand Zweetwerk | Tags: , , , , ,

Pluk de dag

Op mijn dooie gemak rijd ik richting Adriaan, de jachthouder. Het watertje meandert met mij mee terwijl ik de weg volg. Het gesprek gaat over het gebruik van zijn jachtveld in Duitsland om de zweethondencursus met een praktijkweekend af te sluiten en om te zien of er mogelijkheden zijn om managementtrainingen te combineren met jacht. Uitvoerig spreken we over dit onderwerp. Ook Adriaan weet ik enthousiast te krijgen en hij stemt toe. Eind juni zal het weekend plaatsvinden.

De volgende stap: cursisten informeren over de mogelijkheden en de daarbij horende kosten. Willen ze wel mee? Is er wel animo voor? Als ik dit bespreek zo ongeveer 3 lessen voor het einde van de cursus melden er 3 cursisten zich definitief aan. Ook mijn 2 Belgische cursisten, man en vrouw, stel ik de mogelijkheden voor en ook zij zijn enthousiast. Er is een maar, de man is zojuist aan een hersentumor geopereerd en is nog aan het herstellen. Verschijnselen: snel moe en zware benen. ‘Maar’ zo bezweert hij mij ‘Ik ga koste wat het kost mee. Ik wil dit voor geen goud missen’.

21 juni. Met een speciale e-mailnieuwsbrief vertel ik hen de laatste details zoals wat zij mee moeten nemen, hoelaat zij in Duitsland worden verwacht, het programma voor het weekend en dat zij weinig slaap zullen krijgen vanwege de vele aanzitmomenten. Van allen krijg ik een reactie terug, behalve van het Belgische stel. Er gaan een paar dagen overheen en nog steeds niets vernomen. Ik besluit het alsnog een e-mail te sturen. Geen reactie. Dan pak ik de telefoon en toets hun nummer. Voicemail. Dat is niets voor hen. Zeker de man is heel erg punctueel. Hummmm.

Eind juni. Het praktijkweekend is daar. In colonne rijden we via de Belgische Ardennen en Luxemburg naar Duitsland. Het is 32 graden. Nog steeds geen bericht van mijn Belgische cursisten. Na een rit van vierenhalf uur draaien we de parkeerplaats van het hotel op. Adriaan verwelkomt ons aller hartelijkst. Ik wijs de cursisten op de mogelijkheid hun benen te strekken en de honden van wat beweging te voorzien door hen een route langs en door een beek en bos te laten lopen. Het geeft mij wat bewegingsvrijheid om oefensporen te leggen voor de andere dag en geeft Adriaan de ruimte om indelingen te maken welke cursist met welke jager op de kansel zal gaan.

In alle rust zoek ik mijn weg door het grote gebied. Bij de grillplaats, een soort picknickplaats welke je bij de gemeente kunt vastleggen, besluit ik mijn sporen te maken. Al mijmerend leg ik de sporen. En, nog steeds niets gehoord van het Belgische stel. Zorgelijk vind ik dat. Maar goed, het zou zomaar kunnen dat als ik bij het hotel terugkom zij er ineens staan. Afwachten maar. Ik besluit nog even te genieten van het fabelachtige uitzicht. Gewoon even een Jan-momentje. Er is niets, geen geluid dan alleen van de verschillende vogels en het ruisen van de wind door de bomen. In de verte zie ik een jonge vos lopen. Traag maak ik aanstalte om naar de auto te gaan, met tegenzin. Het is hier zo rustig en zo mooi. Ik stap de auto in en rijd over de verschillende bosweggetjes weer richting bewoonde wereld en zo naar het hotel. Inmiddels is het etenstijd geworden. De cursisten hebben inmiddels kennisgemaakt met ‘hun’ jagers. Babbelkous bij babbelkous, outdoormens bij outdoormens en de ene cursist met geweer als ‘stand-alone’ met een eigen plek op de kansel.

Na het Duitse eten met als uitgangspunten Veel, Vet en Voedzaam geef ik een presentatie over het nut en de noodzaak van het zweethondenwerk en over de veiligheid in het algemeen en de veiligheid tijdens de nazoeken in het bijzonder. Er is veel interactie tijdens mijn presentatie en daar houd ik van. Ervaringen worden gedeeld, zo ook de kennis. Na de presentatie deelt Adriaan de jagers en cursisten in op de verschillende kansels in het jachtveld. Zodra een ieder zijn plek weet vertrekt een ieder. Als iedereen weg is besluit ik ook mijn plek voor die avond op te zoeken; een kansel aan de rand van het bos met uitzicht op een koolzaadveld en een weiland met koeien. Na een kwartier rijden kom ik op mijn bestemming aan en ontdoe mijn kogelbuks van foudraal, pak 4 patronen en doe die in het magazijn en hang mijn rugzak om. Ik ben er klaar voor. Rustig en zo onhoorbaar mogelijk schrijd ik door het veld naar de kansel. Rustig bestijg ik de ladder en installeer mij op mijn plek. Het uitzicht is fenomenaal. Hier zit ik dan met mijn gedachten. Gedachten aan het feit dat dit niet voelt als werk. Gedachten aan mijn vrouw thuis. Gedachten aan het stel wat er niets is. ‘Er zal toch niets gebeurd zijn? Het is niks voor hen om niets van zich te laten horen. ER IS WAT GEBEURD, DAT MOET WEL!’ Okay, ik weet mijn gedachten uit te schakelen en maak voor mijzelf het verschil tussen kijken en zien. Rustig tuur ik het veld af. Ik zie een haas. Ik zie spechten. Leeuweriken staan biddend stil in de lucht. En ineens, als in een flits, rent er een vos het veld op. 70 meter voor mij begint hij te muizen. Zich van geen kwaad bewust loopt ie jagend de muizenholletjes langs. Hij staat geen moment stil. Toch besluit ik de safe van de kogelbuks te halen. Ik richt. Rustig adem ik in, ik adem uit en druk af. Met 4 poten komt de vos los van de grond en sloft het koolzaad in. Na even nadenken besluit ik de plaats van aanschot te bekijken. Geen enkele aanwijzing dat ik hem geraakt heb is er te zien. Toch maar nazoeken ter controle vind ik.

Inmiddels is het 22:40 uur en is het genoeg geweest vind ik. Met mijn auto rijd ik door het inmiddels donkere bos richting hotel. Moe stap ik onder de douche en kruip hierna mijn bed in. De wekker stel ik in om 03:30 uur. Als ik na een paar uurtjes wakker word door de wekker kijk ik verbaasd om mij heen. Waar ben ik? Langzaam dringt het weer tot mij door: het is zaterdag en ik ben in Duitsland! Het onweert enorm. In alle stilte kleed ik mij aan ter voorbereiding op een nieuwe aanzit op de zelfde kansel. Binnen 2 seconden volgt de klap op de voorafgaande flits. En het blijft doorgaan. Hmmmm. Eventjes maar op het balkonnetje kijken hoe een en ander zich ontwikkeld. Verschillende koppeltjes jager-cursist zie ik in de auto vertrekken. Ik wacht. Het onweer wordt niet echt minder. Het lijkt ook of het onweer in het dal ronddraait. Na 20 minuten besluit ik uit veiligheidsoverwegingen vanochtend niet de kansel op te gaan. Ik kleed mij weer uit en ga nog een paar uurtjes naar bed. Tijdens het ontbijt hoor ik van de anderen dat zij in de auto geschuild hebben of gevlucht waren voor het noodweer. Inmiddels schijnt de zon alweer brandend aan de hemel. Zoals in het programma al vermeld stond is deze dag gewijd aan oefensporen en schadeherstel in het veld. Maar al bij het bespreken van het programma merk ik op dat ‘mijn’ vos toch wel nagezocht dient te worden. Een andere jager had exact het zelfde met een big van een wild zwijn; wel beschoten maar niet binnen. Ook nazoeken dus. Gedisciplineerd worden de nazoeken uitgevoerd, maar er wordt niets gevonden. Al met al hebben deze nazoeken de gehele ochtend in beslag genomen. Dus op naar de grillhut voor een lunch met broodjesgezond, zwijnenburgers en, ganzenworst. In een sliert van verschillende auto’s rijden we langs korenvelden, koolzaadvelden, bos en weilanden. Adriaan en zijn zoon Joop staan al klaar om de groep van eten en drinken te voorzien. Gretig vinden de broodjes aftrek. De middag wordt besteed aan schadeherstel. Langs de korenvelden wordt mensenhaar gestrooid om de zwijnen af te schrikken. Een werkje wat een paar uur duurt om de percelen aan de buitenzijden langs te lopen. Inmiddels is het weer tijd voor het diner. Dus ook nu spoeden we ons richting hotel. Tijdens het eten volgen de verhalen van wat er is gezien en waarop is geschoten.

De avondaanzit is weer een feit. Mijn kanseltje heb ik inmiddels weer beklommen en ik staar over de velden. Weer een haas, en weer wat spechten. Rustig scan ik het veld af. In de verte springt er weer een vos uit de dekking. Met mijn kijker van mijn kogelbuks zoek ik hem op. Het schot houd ik er in. In het verlengde van het beeld staat een koe. Daar moet je toch niet aan denken; schiet je op een vos, ligt er ineens een koe op het tableau. Nee dan maar niet. De vos drentelt verder bij mij vandaan. Nog steeds kan ik niet schieten. Op 140 meter loopt hij schuin weg. Als ik tussen mijn tanden sis staat hij stil, draait zich naar mij richting en staat op dat moment precies dwars. Rustig adem ik in, dan weer uit en druk af. De vos heeft nooit geweten wat er is gebeurd. Het is goed geweest voor vanavond. De buks leg ik steunend op de rugzak weg. Ik hurk bij  de vos en bedank hem voor zijn leven. Als jager en als mens beslis je op zo’n moment over leven en dood, dat besef ik mij terdege. Het blijft voor mij altijd wat dubbel. Het zijn zulke mooie dieren, maar zorgen voor de nodige overlast door reekalfjes aan te vallen. Natuurlijk vijanden zijn er niet voor hen. Dan zit er maar 1 ding op; reguleren van de aantallen.

Ik haal mijn vuilniszak en mijn handschoenen tevoorschijn en neem de vos in de zak mee voor op het tableau. Wederom geniet ik van de omgeving als ik met mijn auto de weg door het donkere bos zoek naar de verzamelplaats. Ik ben de eerste. Geeft niks, na het parkeren van de auto wandel ik naar de top van de heuvel en bewonder het majestueuze uitzicht. Het is zo mooi! Een voor een komen de jagers en cursisten binnen. Hetb tableau wordt gelegd. Een jaarling reebok, een big en 2 vossen. Ze krijgen de breuk op hun flank gelegd en de laatste beet in hun bek geschoven. Adriaan pakt zijn jachthoorn en voor elke diersoort wordt met alle respect met een melodie het dier ‘doodgeblazen’. Hierna volgt een ander jagersritueel; het overhandigen van de breuk (eikentakje) aan de jager die het dier geschoten heeft. Respectvol neem ik de breuk in ontvangst. Bij de jachthut worden de dieren ‘doodgedronken’. Ook zo’n ritueel. Tijdens de borrel volgen de verhalen: ‘Hij kwam langs, liep op 140 meter…’

In alle rust rijden we weer door het donkere bos richting het hotel. Het is laat, nacht. Stilletjes zoek ik mijn kamer op en ga nog even douchen. Met een voldaan gevoel kruip ik onder het dekbed. Nou ja, voldaan? Ik ben blij dat ik deze vos heb kunnen bemachtigen, maar wat is er aan de hand met mijn Belgische vrienden? Toch maak ik mij zorgen. Uiteindelijk val ik in slaap.

Er wordt niet meer aangezeten op deze zondagmorgen. Wel nog een nazoek op een vos wat uiteindelijk niets oplevert. Toch nog te vroeg besluit ik nog even naar de grote stad te gaan. Geld halen om de hotelkamers te betalen. De oude hoteleigenaar is nog steeds onbekend met zijn pinapparaat. Ja, hij heeft er eentje staan, maar hoe die werkt is hem een raadsel.

Na het ontbijt wil ik nog van de mensen weten wat er voor verbetering vatbaar is en hoe zij het gehad hebben. Een enkel verbeterpuntje komt hieruit, maar donders, wat heeft een ieder het naar zijn zin gehad. Na deze evaluatie worden de auto’s opgezocht voor de terugreis.

Maandag. De telefoon gaat een +32-nummer, België. Het is de vrouw. Haar man is met verlammingsverschijnselen opgenomen in het ziekenhuis. “Heeft hij je nog gebeld Jan?” Ik antwoord ontkennend: “Nee, ik heb niets van hem vernomen”. “Ik dacht het al. Hij vertelde mij dat hij met jou zo’n fijn gesprek had gehad.” “Hij wilde zo graag met jou mee naar Duitsland. Maar de dokters hebben nu meerdere tumoren in zijn hersenen gevonden. Hij is niet meer te redden. Mogelijk heeft hij nog twee weken…” en dan is het stil. Ik slik. Ik heb kippenvel over heel mijn lichaam. “Misschien twee weken heft ie nog te leven, misschien iets meer”. We praten zo goed en zo kwaad nog wat verder. De rest van de middag is mijn productiviteit weg. Met regelmaat moet ik aan deze Belgische vriend denken; buitenmens, paardenman, Bourgondiër, ondernemer, man vol levenslust. Dat ben ik ook. Dat had ik kunnen zijn! Dan maar wat minder geld en gezond en genietend van het leven. Pluk de dag, het kan zomaar je laatste zijn!

Geplaatst in Jan Brand Zweetwerk | Tags: , , , , ,

Oud geld

Als het verzoek van een naburige Wild Beheer Eenheid (WBE) komt of ik bij hen mee wil tellen voor het in kaart brengen van de reeënstand bel ik even wat rond. Schoonzoon, twee dochters, mijn vader en een van mijn cursisten, Simon, geven aan wel mee te willen tellen. Er werden 4 telmomenten aangegeven; vrijdagochtend om 05:30 uur, vrijdagmiddag om 17:00 uur, zaterdagochtend 05:30 uur en zaterdagmiddag om 17:00 uur. Per e-mail geef ik aan de WBE door dat we met 6 personen komen, echter uitsluitend op de zaterdagochtend. Als woensdagavond mijn vader belt de komende zaterdag niet mee te kunnen vanwege griep besluit ik dit niet door te geven aan de WBE, er zijn tenslotte elk jaar voldoende deelnemers.

Als om 04:30 uur Alex voor komt rijden stap ik samen met dochter Stephanie in. Al babbelend rijden we richting het volgende eiland. Stipt 05:30 komen we bij het dorpshuis aan. Ik meld ons aan en geef aan dat we met 1 persoon minder zijn. Simon zie ik in de deuropening staan en kijkt rond waar hij zich moet melden. De WBE functionaris kijkt zijn lijsten na en vraagt nogal verontwaardigd waar we de vrijdag waren. Als ik de man vraag of hij wil weten waar ik de vrijdag gewerkt heb en of hij dat van de anderen ook wil weten snapt hij dat er in de communicatie iets niet is goed gegaan. Hals over kop wordt er een telleider uit zijn bed gebeld. “We hebben een ploegje tellers extra Johan, en die moeten worden weggebracht”. Een half uur later stapt er een man binnen gekleed in een geelgroene tweed knickerbocker en dito jasje en een pet die van Sherlock Holmes geweest moet zijn, met aan voor en achterzijde een klep. De man stelt zich voor: “Johan”. Hij vraagt ons vijven om mee te gaan. Buiten op de parkeerplaats vraagt hij wie er in zijn Mercedes mee wil rijden. “Ik heb een Mercedes” meldt de man nogmaals. “Er kan makkelijk iemand in mijn Mercedes meerijden, het is tenslotte een Mercedes”; laat de man weten. Langs mijn neus weg vraag ik de man in wat voor auto hij rijdt. “Een Mercedes, dat zeg ik toch”; zegt de man verbaasd. Een pesterijtje, ik weet het wel, maar het lag er zo dik bovenop dat ik vond dat dit wel kon.

Niet veel later rijdt de man voorop met Simon als passagier. Wij zitten bij Alex in de auto. De man scheurt over de weggetjes richting het bos. Scherpe bocht naar rechts, weer een bocht naar links. Keihard over een hobbel in de weg, weer hard naar links. Zo een bosweggetje in. Nog net zie ik een kapotgereden kadaver, van wat net nog een lief haasje was, achter de spatborden omhoog gelepeld worden. Met een smak valt deze roadpizza voor de banden van Alex zijn auto. Een kort ‘Sssslush-geluid’ laat weten dat Alex dit haasje ook niet meer kon ontwijken. De auto, het merk kent u inmiddels, scheurt een ander bospad in en gaat vol in de ankers. Simon probeerde even het dashbord weg te koppen geloof ik.  Alex kan nog net een aanrijding vermijden. Vlak voor de auto van de man springt een ree het bospad over en wordt net niet geraakt. Een 500 meter verderop stopt de auto langs de kant. Alex volgt zijn voorbeeld. We stappen uit. Ik gooi het portier zachtjes dicht. “SSSSStt” sommeert de man. “Twee man gaan nu even met mij mee naar 2 hoogzitten, de rest breng ik zo meteen weg”. Simon en ik maken aanstalte om de man te volgen. Hij opent de achterklep van zijn auto om zijn ruwharige Teckel eruit te laten. De hond gilt en loeit van enthousiasme. “SSSSSSSSSSSttt” sis ik naar de man. “JAHA” zegt hij enigszins geirriteerd. Op het bosweggetje gaat de man ook nog eens op de poot van de Teckel staan. De hond gilt van pijn. “SSSSSSSSSSSSSSTTTTT!!!” laat Simon de man weten. “JAHAAAA” sist de man. De toon is gezet. Terwijl we zo langs het pad lopen zien we 4 schimmen waarvan de koppen dan weer naar de grond gericht zijn en dan weer spiedend voor zich uit kijken; reeën. Als ik opmerk dat ik die nu geteld heb zegt de man dat HIJ ze wel door zal geven. Ook goed, als ze maar op het lijstje komen denk ik nog.

Als ik mijn hoogzit krijg toegewezen begeef ik mij door het struikgewas naar mijn plekje voor de komende uren. Simon volgt mijn voorbeeld een paar honderd meter verderop. Als ik eenmaal zit wennen mijn ogen aan het donker. Het begint te schemeren. Langzaamaan wordt de dag wakker. De omgeving krijgt langzaam kleur. Nu ik alles wat beter kan zien zie ik onder de hoogzit 2 hazen met elkaar spelen. Naast mij, op dezelfde hoogte waar ik zit, hamert een specht op een boom. Voor de rest niets. Het is stil. Even. Dan komt er een man met een herdershond aanlopen. Direct rent de hond naar mijn hoogzit en gaat keihard onderaan mijn ladder staan blaffen. Als u denkt dat de wandelaar zijn hond aanspreekt of wegroept, dan heeft u het mis. De hond staat zeker 5 minuten onderaan mijn ladder te blaffen. In de verte hoor ik de wandelaar, die inmiddels honderden meters verder moet zijn, fluiten. En waarachtig de hond neemt een spurt en is weg. Het is 10 minuten stil als er 2 wandelaars met rugzak om druk en hard pratend voorbij komen. Dit begrijp ik nooit je loopt met een halve meter tussenruimte naast elkaar, waarom moet er dan hard gepraat worden? Het zal u niet verbazen dat ik de uren erna geen reeën heb gezien.

Ook al heb ik mij goed en warm aangekleed, na een paar uur zitten krijg ik het koud. Koude tenen, koude handen en een plakzak. Wat ben ik blij als ik word opgehaald. Ik begon al te rillen. De kou trok op vanuit mijn tenen tot op het bot.

Er is geen ontkomen aan, ik moet mee in de Mercedes. Mijn dochters zitten ook in de Mercedes (dat u het merk kent he). Mijn jongste dochter fluistert dat de man hen op een ‘spannend’ plekje heeft gezet. Zij zouden geheid wat zien, volgens de man. Klopt; ze zagen de bomen heen en weer wiegen en hebben meeuwen gezien. Een ieder moest van de man alleen op een hoogzit. ‘Nou” zei mijn jongste dochter “Ik zit samen met mijn zus”. Volgens de man kon dat beslist niet. “Gewoon opletten” zei mijn jongste “Moet u eens zien hoe dat dat gebeurd”. En inderdaad, welke argumenten de man ook aanwendde, zij zaten samen op een plek.

Intussen slingert de man over de weg. Met zijn telefoon probeert hij via bluetooth muziek op zijn radio te krijgen. Als hij bijna een paal uit de grond rijdt en niet veel later als spookrijder over de weg scheurt zeg ik er wat van. De man probeert het gesprek een andere wending te geven: “Ik heb hier ook een jachtveld!”. “Och wat leuk” zeg ik quasi onverschillig. “Wil je weten hoe groot?” “Bwah….. nee hoor” antwoord ik. “180 hectare” gaat hij onverdroten verder; “Was veel groter hoor, maar ja een deel kwijtgeraakt aan natuurmonumenten”. Het boeit mij echt niks. “Wil je weten hoeveel pacht ik betaal?” vraagt hij. “Welnee” zeg ik duidelijk. “26.000 euro per jaar” gaat de man verder. “Ach dat is een schijntje” zeg ik pesterig. Het kan de man niet deren. Nadat hij verteld heeft wat hij voor zijn pensionering aan pacht betaalde ben ik blij als het dorpshuis weer in zicht is.

Gezamenlijk drinken we nog een kop koffie na het doorgeven dat we op Simon na niets gezien hebben. We groeten de mensen en Sherlock in het bijzonder en gaan terug naar huis, sigaren tellen.

Geplaatst in Jan Brand Zweetwerk | Tags: , , , ,

Leervet van natuurlijke ingrediënten.

Benodigd:

  • 10 gram witte zuivere zeep
  • 225 ml water
  • 225 ml zuivere terpentijn
  • 30 gram ongebleekte bijenwas
  • 10 gram gebleekte/witte bijenwas
  • rasp
  • 2 pannetjes om de was en de zeep in te smelten
  • 1 pan om de was au bain marie te verwarmen
  • pollepel
  • trechtertje
  • glazen fles met kurk minimaal ½ liter of een paar kleine flesjes met kurk

Werkwijze:

  1. Rasp of snijd de zeep en de bijenwas zonodig in kleine stukjes.
  2. Breng het water in een pannetje aan de kook en roer er de zeep door tot deze is opgelost.
  3. Laat het zeepwater afkoelen tot het lauw is.
  4. Verwarm de terpentijn en de bijenwas au bain marie. Pas geen andere verwarmingsmethode toe, want bijenwas en terpentijn zijn uiterst brandbare producten! Aanvankelijk ontstaat er een enigszins troebel mengsel, maar na verloop van tijd worden de stukjes bijenwas kleiner en wordt de oplossing helder.
  5. Wanneer de bijenwas volledig in de terpentijn is opgelost, wordt het lauwe zeepwater aan de oplossing toegevoegd.
  6. Roer het mengsel goed door met een pollepel.
  7. Giet het mengsel in de fles(jes) en doe er een kurk op.
  8. Bewaar het leervet op een donkere en koele plaats.
  9. Schud het leervet even, voordat u het gebruikt.
  10. Het wordt met een zachte doek in het leer gewreven.
  11. Hoe intensiever dit gebeurt, hoe mooier het resultaat!
  12. Na het inwrijven moet het vet geruime tijd in het leer trekken, waarna het met een zachte borstel en een doek wordt uitgewreven tot het leer goed glanst.
Geplaatst in Jan Brand Zweetwerk | Tags: , , , , , ,

Hondensnacks

Mijn honden voer ik vers vlees, stukken duif, gans, eend, poten van zwemvogels, snijverlies van lam, hart en lever. Maar ook snijverlies van grofwild zoals ree, hert, zwijn, damhert, moefflon zijn voor de honden gezond.. Af en toe een hondensnack kan geen kwaad, maar als je in een dierenwinkel van die gedroogde hondensnacks wilt kopen tref je heel vaak varkensoren, runderoren of bullenpezen (stierenpenis) aan. Met varkensoren ben ik altijd voorzichtig. Misschien niet nodig met de nieuwste technieken, maar een diepgeworteld stemmetje zegt mij dat er altijd bepaalde ziektes achter kunnen blijven in de snacks. Het is een aanname, maar toch.

Vanmorgen las ik een goed artikel over gedroogde hondensnacks op internet gelezen. Ik maak ze liever zelf. Hiervoor maak ik geen gebruik van een voedseldroger, maar van mijn gasoven. Dit doe ik als volgt:

  • Ik snijd kleine reepjes vlees of stukjes bv eendenvleugel;
  • Leg dit op het rooster in het midden van de oven;
  • Zet de gasoventemperatuur op de laagste stand;
  • Zet de ovendeur op een kier zodat vocht uit de oven kan ontsnappen;
  • laat het geheel 6 tot 8 uur in de oven zodat de vleesreepjes door en door droog zijn.
  • Bewaar de vleesstukjes in een weckpot met op de bodem wat rijst (rijst neemt eventueel vocht op);
  • Zet de weckpot in een donkere kast weg.

Het is even wat werk, maar uw hond komt u vast bedanken voor uw inspanningen.

Geplaatst in Jan Brand Zweetwerk | Tags: , , , , , , , , ,

Tekentijd; het blijft vervelend

Tijdens de zweethondentrainingen merk je het weer, de cursisten constateerde het: het is weer tekentijd. Tijdens de trainingen zie je de teken letterlijk vanuit het gras omhoog kruipen op zoek naar warme plekjes bij de honden. En het vervelende is, zij kruipen niet alleen bij de honden omhoog, ook mensen zijn de klos. Zeker ook de laatste jaren wordt een forse groei van tekenbeten geconstateerd, evenals een toename van het aantal mensen dat ziek wordt als gevolg van een tekenbeet. Jaarlijks zitten tienduizenden mensen met een tekenbeet bij de huisarts. Vooral in de groene beroepen hebben medewerkers te maken met de teek. Hoewel een tekenbeet niet automatisch betekent dat men besmet wordt, de kans is zelfs erg klein, kunnen de gevolgen bij besmetting wel heel vervelend of op den duur dodelijk zijn. Snel verwijderen van de teek is daarom heel belangrijk.

Informatie over de ziekte van Lyme (Lymeborreliose) is verkrijgbaar bij het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) www.rivm.nl/infectieziekten

De ziekte van Lyme wordt veroorzaakt door de Borrelia-bacterie. Er wordt gedacht dat vooral muizen en vogels besmet kunnen zijn met de Borrelia-bacterie. Zij zijn het reservoir voor besmetting van de teken. Bij mensen kan een onbehandelde infectie met Borrelia soms ernstige gevolgen hebben: neurologische verschijnselen, aandoeningen aan het hart, huidafwijkingen en gewrichtsontstekingen. Gelukkig worden mensen lang niet altijd ziek, tot wel 82% van de mensen waar in het bloed aangetoond kon worden dat ze wel eens besmet zijn geraakt met de bacterie, had zelfs helemaal geen klachten. Eén van de problemen bij de ziekte van Lyme is om vast te stellen dat je de ziekte hebt. Het typische begin van het ziektebeeld, een rode kring op de huid, komt niet altijd voor en de beschikbare laboratoriumtesten zijn niet heel erg gevoelig, zodat deze niet bruikbaar zijn om de diagnose in een vroeg stadium te kunnen stellen. Het beste wat je kan doen om te voorkomen dat je van een teekoverdraagbare aandoening ziek wordt, is voorkomen dat je gebeten wordt door een teek. De beste remedie is het sprayen van de huid met producten met DEET,  het dragen van dichte hoge schoenen, lange mouwen en een lange broek (eventueel geïmpregneerd met tekendodend middel.  Het dragen hiervan is geen garantie dat u geen tekenbeet oploopt, maar maken de kans wel kleiner.

Geplaatst in Jan Brand Zweetwerk | Tags: , , , , , ,

De honden hebben echt zin in het (zweet)werk

Honden hebben wel 40 keer zoveel cellen in de hersenen gereserveerd voor geur dan de mens. Natuurlijk dat de mens daarvoor honden inzet voor het speuren naar explosieven, drugs, gaslekken, zoeken naar truffels of het zoeken van aangereden of aangeschoten wild.

Een deel van de grotere gevoeligheid van de hondenneus is toe te schrijven aan de grotere omvang van het zintuigveld in de neusholte, dat gevoelig is voor de geurprikkels (area olfactoria). Bij de mens meet dit veld ongeveer 3 vierkante centimeter, bij de hond ongeveer 130 vierkante centimeter.

Zodra cursisten voor de eerste keer de bosweg naar de hondentrainingsplaats opdraaien zijn ze op een prettige manier enthousiast. ‘Misschien dat de baas met mij in dit bos gaat wandelen’. Maar als de eerste les voorbij is en de tweede keer de auto het bospad opdraait worden de meeste honden ronduit druk. ‘Want deze plek he, daar hebben we vorige keer…….’ Alle honden vinden het leuk om met de baas te werken. Met de baas, het is teamwerk. Zweethondenwerk is iets wat je met de hond samen doet. Als de hond het spoor even niet ruikt heeft de baas zelf mogelijk een aanwijzing op het spoor gezien en anders om. Je doet het samen.

Doordat op het einde van het spoor een beloning volgt die uitsluitend na de nazoek wordt verstrekt wordt het nazoeken voor de hond iets bijzonders. En voor een beloning wil een hond wel werken. De honden hebben er stuk voor stuk allemaal lol in. Dat is te zien nadat de baas de hond lovend beloont na het vinden van het stuk (het wild). De honden zijn dan ontzettend enthousiast.

Maar vergis u niet: doordat de hond veel meer en veel beter geuren waarneemt is dit voor de hond wel intensief. Gevolg: zodra de hond na een nazoek in de auto wordt gedaan valt de hond direct in slaap en zodra u een volgende keer weer op het bewuste bospad opdraait……..

Ja, de honden hebben echt plezier in het nazoeken!

Geplaatst in Jan Brand Zweetwerk